De geplaveide weg tot bewustheid

Dieren vertonen bewustheid zonder bewust te zijn dat zij bewust zijn.
Ze kennen en weten dingen zonder het zelf te beseffen, zij associëren beleefde zaken.
De mens vertoont zowel bewustheid als zelfbewustheid. Als mens zijn wij bewust van onszelf, beseffen wij dat er activiteit van bewustwording aanwezig is, in ons, in de medemens en bij het dier. Mensen stellen intelligentie-vertoon vast.
Mocht Alom Aanwezig Bewustzijn-Intelligentie zich niet als verschijnsel manifesteren dan is het niet mogelijk om in het menselijke- en dierlijke brein, kennis te bezitten en ertoe in staat zijn, de dingen te weten te komen.
Dankzij het Alom Aanwezig Bewustzijn van Intelligentie, kunnen mens en dier, de over een denkmechanisme beschikken, concreet denken.

Wanneer aandacht waak- en werkzaam is, dan pas wordt het concreet-denken mogelijk.

Aandacht is aan of over iets denken, het vertoeven met de gedachte bij iets. Aandacht is de poort of opening die toegang verleent tot kennis.

Mens en dier kunnen, in hun leefomgeving, bewust zijn van iets of van iemand.
Vanuit dit feit leiden wij af dat hun zijn-wezen van mens en dier is in staat gesteld, tot het hebben van kennis.
Binnenin hun organisme is aldus alles voorzien tot het kennen van iemand of iets. Zij kunnen ook iets te weten komen.

De manifestatie van de feiten “het kennen” (de bewustwording) en “het weten” (de bewustheid) voltrekt zich in het brein.

In de miljoenen bio-elektro-chemische lichaamscellen schuilt een gave van ‘oorspronkelijk’ intelligent aanpassingsvermogen. Het is het onverzadigbaar ingeschapen streven naar het bereiken van voortgang (progressie) en groei tot vol-making.

Mens en dier verschijnen niet op Aarde in de volheid van mens-zijn of dier-zijn. Hun lichaam en hun brein groeien tot volheid. Ze komen ertoe zich te volmaken. Dit gegeven vatten wij op als een Alwijze Wetmatigheid, uitgedokterd door een Bron, maakster van het alles.

In het brein,  waar bewustzijn hulp en bijstand zomaar contact maakt, bevindt zich een voozien ontmoetingsterrein. Daardoor kan elk mens en elk dier op aarde hun rol van functioneren, van functionaliteit en van welbepaalde, vervullende functies waarmaken. Zonder de helpende hand van bewustzijn-inbreng zou dit onmogelijk zijn.

Het brein op zich bezit geen bewustzijn, het bevat de mechanismen om, dankzij bewustzijn hulp en bijstand, via een bewustmakingsproces tot bewustheid te kunnen komen.

Het ontmoetingsterrein van het brein bevat:

  • een ontvangmechanisme
  • een waarnemingsmechanisme
  • een denkmechanisme (verbonden met keel en mondholte om te kunnen komen tot het voortbrengen van geluiden)
  • een gewaarwordingsmechanisme
  • een registratiemechanisme
  • een bindingsmechanisme.

Mechanisme wil zeggen dat het een functie of werking vervult die perfect doet wat het moet doen of waarvoor het voorzien is, dus zonder iets anders te kunnen doen. (automatisch, niet aanpasbaar, niet onderwijsbaar, niet ervarend)

Het menselijk- en dierlijk organisme ervaren het in staat zijn tot het kennen van de dingen, dankzij de tussenkomst van bewustzijn-hulp&bijstand (adjuvats).

°kennen: een idee hebben dat min of meer juist is, weten op een min of meer juiste manier

De adjuvats zijn de aanleiding opdat mens en dier zich bewust zouden kunnen worden van zich voordoende feiten in hun leefomgeving.
Daardoor kunnen zij overgaan tot een staat van weten.

°weten: in iets opgeleid zijn, bekwaam zijn in een activiteit waarvan men de praktijk heeft verworven, de macht hebben, het talent, de mogelijkheid tot, iets in het geheugen hebben op die manier dat men het kan herhalen.

De basisvoorwaarden om mens en dier in staat te stellen zich werkelijk bewust te zijn van hun leefomgeving, zijn drieërlei:

  1. het voorhanden zijn van een levend menselijk of dierlijk organisme (gestructureerde energie-materie)
  2. de aanwezigheid-activiteit van Bewustzijn-Intelligentie onder de vorm van bewustzijn-hulp&bijstand (adjuvats)
  3. het bestaan, in de brein-mind, van een ontmoetingsterrein voorzien van zijn mechanismen.

Het mechanisme dat verbinding maakt tussen de verschillende brein-mind mechanismen maakt het mogelijk dat kenniselementen kunnen tevoorschijn komen.
Door dit bindingsmechanisme kunnen mens en dier

  • de zintuiglijke indrukken van de buitenwereld in de geheugenpatronen herkennen
  • deze herkende zintuiglijke indrukken en de daarmee verbonden geheugenpatronen, geïntegreerd of georganiseerd, begrijpen

Het verstand van het brein bevat

  1. het bewuste, op zich een ontvangend-, waarnemend- en denkmechanisme, een substantieel mechanisch intelligentiecentrum met daaraan verbonden een emotie-voelend gewaarwordings- mechanisme, een substantiële stapelplaats voor, al dan niet bewust, ge- en beleefde emoties. De bewustheid van het moment.
  2. het onderbewuste, op zich een opslaand registreer-mechanisme waar het sterfelijk geheugen is in ondergebracht
  3. het onbewuste (waarin nooit een ervaring heeft plaatsgevonden), ondergaat een invloed uit enerzijds erfelijk overgedragen factoren en anderzijds uit, zich niet bewuste invloeden van omgevingsfactoren.
  4. alleen de mens beschikt over het mogelijk vermogen zich af te stemmen op het bovenbewuste.

Daar ontstaat de verruimde menselijke bewustheid door wat het voelend hart (de inborst, de gesteldheid) waarlijk weet, waardeert en in vol besef aanneemt.
Daardoor kan de mens komen tot sujectieve en objectieve morele bewustheid, een voortbrengsel van de menselijke geest met zijn vermogen tot abstraherend-, creatief-, oordeelkundig- en discursief-denken.(wordt later duidelijk).
Mensen zijn in staat gesteld de waarde van werkelijkheid en betekenissen te begrijpen. Die waardebepaling ontspruit in de innerlijke niet-materiële geest-sferen van de menselijke ervaring.

De mens kan kiezen en zelf willen om steeds meer alwijs te worden, steeds meer betekenis te hechten aan wat voor hem waardevol waar is. (niet aanwezig bij het dier daar het niet beschikt over wil en wilskeuze)
Geluk en vreugde ontstaan in het innerlijk waardig denken, dan pas, kunnen zij tot uiting komen.

Het is zelfs voorzien dat de mens zijn bewustmaking tot bewustheid persoonlijk kan besturen en daarvoor zelfs hulp kan inroepen.
Wij komen hier later op terug.

Wil je meer weten over het onderwerp klik dan hier “De werkelijkheid van de bewustmaking”