De werkelijkheid van de bewustmaking

Doorheen de levende cellen van lichaam en brein zijn mens en dier in staat, te komen tot bewustheid.

Het bindingsmechanisme in de brein-mind laat mens en dier toe te

  • leren (de intelligentie)
  • reageren op de omringende omgeving (de emotie)
  • herinneren (het geheugen)

Het gebied van de bewustmaking (het lichaam en brein waar, in elke autonoom functionerende cel van mens en dier, het verschijnsel Bewustzijn-Intelligentie werkzaam is en de cellen erfelijk overgedragen factoren bevatten) heeft op zich geen woordelijke of geschreven uitdrukking.

In dit hoofdstuk bespreken wij wat, dankzij het verstand van het brein, voor levende wezens mogelijk wordt.
Erdoor kunnen zij tot fundamentele en noodzakelijke bewustheid komen zodat zij op de planeet kunnen functioneren en zij zich ook erop kunnen organiseren.

De ministerialiteit (de hoedanigheid van het ministeriaal-zijn) van de adjuvats is een geheel van zeven dienst-agenten alom aanwezig.

Ministeriaal = dienstman / zekere diensten bewijzen ten aanzien van een “Heer” (the ministery, le ministère)

Adjuvat komt van het Latijn ‘ad’ (beweging naar iets toe) en ‘iuvat’ (hij of zij die voorziet in hulp en bijstand)

Dit ministerschap vertegenwoordigt Bewustzijn-Intelligentie, door hulp en bijstand op de volgende gebieden:

  • oriëntatie (richting-weten) en intuïtief weten (zich meteen aanpassen)
  • begrijpen (begrijpend weten)
  • actie voor fysieke en psychische moed (weten te handelen)
  • weetgierigheid-avontuur (weten te evolueren)
  • associatief- verbinden en associatie weten (door verbindingvan de zich bewuste denkbeelden)
  • eerbiedig ontzag voor het oorzakelijke (transcendentaal- en religieus weten)
  • wijsheid en toepassingsweten

Mens en dier ontvangen zo wie zo de hulp van de eerste vijf adjuvats. Het dier is niet in staat beroep te doen op de dienstagenten.
Alleen de mens ontvangt hulp van de zeven dienst-agenten. Voor hem hangt “extra” bijstand volledig van zichzelf af. Hij hoeft er alleen maar naar te vragen en ervoor open te staan.

Wees eenvoudig, logisch en met precisie, zonder berekening.
In zachtheid, met liefde en overtuigend vertrouwen.
Steeds in opbouwende erkentelijkheid.

Pratend in de tegenwoordige tijd is de actualiteit van het leven.

Werkwoorden die uitnodigen tot realisatie zijn waarmaken, beslissen, uitvoeren, ertoe komen, nemen, ontvangen, verwezenlijken.
(graag maak ik mijn weetgierigheid waar, graag beslis ik mij te verbinden, graag voer ik die actie uit, graag kom ik ertoe te begrijpen, graag neem ik meer wijsheid op, graag ontvang ik inzicht tot oriëntatie, graag verwezenlijk ik mijn religieus-weten)

De aard van de dienst, aangeboden door de zeven hulpagenten, integreert de mensheid in een systeem van universele waarde.

Door uiteen te zetten hoe deze hulp en bijstand wordt voorzien, en, ter beschikking wordt gesteld door de Bron van het alles (het energetisch wezen aan de oorsprong van wat leeft), vergroot het gevoel van waarlijke verbondenheid. Het zet eveneens aan tot het uiten van oprechte dankbaarheid t.o.v. “De Alwijze Bron”.

Eerst leggen wij uit hoe de hulp en bijstand van de eerste vijf dienstdoende agenten zich manifesteert om

  • in de ruimte de weg te vinden, om in die ruimte te kunnen weten wat er onmiddellijk moet worden gedaan
  • te kunnen begrijpen
  • over te gaan tot het kunnen handelen
  • te ontdekken om te kunnen evolueren
  • samen te komen om het leven te kunnen beschermen en het te kunnen doorgeven, om door sociale samenwerking de leefomstandigheden te verrijken, om ertoe te komen dingen te associëren

Wij beschrijven dit geheel aan expliciete en structurele kennis volgens de nagegane observaties en opgedane ervaringen.
Wij bestuderen de relatie tussen feiten en geven er betekenis aan.

De mens en het dier zijn een wezen van de Kosmos.
De Kosmos is het domein van Tijd en Ruimte.
In de Tijd stellen wij constante evolutie en voortdurende transformatie vast.
In de Ruimte nemen wij oneindige variaties van gestructureerde materie en energieën waar.

Als wij bij de ontwikkelingsfasen van mens en dier stilstaan, dan stellen wij een vervolmakende voortgang (progressie) en groei vast.
Er schuilt aldus een oorspronkelijke gave van aanpassing in levende dingen en wezens, zij geven blijk van het bestaan van een ingeschapen streven naar volmaaktheid.

Zie “Het Urantia Boek” uitgever Urantia Fondation USA ISBN 90-9011151-4 pagina 737 2de alinea

De schepping-techniek van de Alwijze Bron voorziet dat, bij het bijeenbrengen van een spermatozoïde en een eicel, de versmelting van de twee aanleiding geeft tot groei.
Bij de mens eerst tot een foetus, daarna tot een baby, klein kind, groot kind, adolescent, volwassene en tot het potentieel kosmisch burgerschap. Dit fenomeen voltrekt zich telkens opnieuw.
Wat een planmatig ingekaderde wetmatigheid!

Het dier kan nimmer overgaan tot komisch burgerschap maar maakt tijdelijk wel degelijk deel uit van de kosmische ruimte.

Hierna behandelen we de eerste bewustzijn-hulp en bijstand namelijk die van het richting-weten en intuitief-weten. (klik hier)