Het wil-vermogen tot creatief-denken

Het wil-vermogen tot creatief-denken laat ons het formuleren toe van een voornemen en een idee.

In het breinmechanisme bevinden zich de materiële hersenen, daar waar het concreet-denken (geldig voor mens en dier), het abstraherend-, het creatief-, het oordeelkundig-denken en discursief-denken (enkel geldig voor de mens) opereren.

De mens kan, dankzij het wil-vermogen tot creatief-denken, ‘scheppende’ gedachten formuleren.
Hij kan een creatief denkbeeld voor ogen halen, een voornemen bedenken, een idee naar voor brengen.
Dankzij het abstraherend-denken kan de mens zich de gevormde ‘scheppende’ gedachten voorstellen.
Mensen kunnen een voornemen en een idee in betekenisvolle woorden omzetten, zij kunnen hun scheppende gedachten weergeven.
Het concreet-denken van mens en dier is een rationele ontwikkelingsgang van intelligentie, geboren uit de waarneming en de ervaring.

Het denken is mogelijk daar het ontworpen brein-mechanisme in staat is  beelden weer te geven. Mens en dier kunnen zich, dankzij het geheugen, opgedane ervaring, goed of slecht beleefd, herinneren.
Concreet-denken hergebruikt, al dan niet, datgene wat mens en dier hebben geregistreerd.

Verbeelding van nog ongeziene zaken ontstaat enkel in het menselijk brein daar mensen

  • enerzijds beschikken over de Geest-hoedanigheid van Persoonlijkheid
  • en anderzijds genieten van de interne stimulus, de Geest-Natuur (Richter).

Daardoor onderscheiden zij zich van het dier.

Mensen kunnen dankzij het oordeelkundig-denken (wat hierna zijn verklaring krijgt)

  • lang overwegen met zicht op een beter onderzoek van de grond van een creatief bedacht voornemen (project, objectief) en een idee
  • gebruik maken van overpeinzingen in een situatie, van bedenkingen bij een probleem, van het in overweging nemen van een onderwerp.

Het creatief-denken en het oordeelkundig-denken maken ons verantwoordelijk over de manier waarop wij in deze wereld zijn en eraan deel nemen.

Het weldoordacht oordeelkundig-denken bij de mens, doet de ontwikkelingsgang van de ratio (de redelijkheid van de beweegreden) in intelligentie toenemen, gaande van basisbewustheid tot verstandelijke bewustheid, morele bewustheid en geest-bewustheid.
Aldus, op het niveau van de verstandsontwikkeling komt de mens ertoe specifieke middelen aan te wenden om tot steeds diepere kennis en betekenissen te komen.

  1. De analyse – één bepaald kenniselement of één geheel van kennis tot haar of zijn bestanddelen ontbinden. De natuur en de waarde van iets analyseren, het onderscheid maken tussen twee gemengde zaken.
  2. De synthese – verschillende kenniselementen samenbrengen tot een coherent geheel.
  3. De analogie – de betekenis van een kenniselement overdragen op een ander element, het bijvoegen van een element. (vb. de analogie tussen de aardse vader en de Hemelse Vader)
  4. De correlatie – een samenhang of wisselwerking tussen kenniselementen tot stand brengen, verrijken door het inbrengen van een element. (vb. de correlatie tussen temperatuur en het jaargetijde)
  5. De coördinatie – kenniselementen schikken voor een bepaald doel, ze ordenen en ze opstellen met orde.
  6. De conclusie (de gevolgtrekking) om de betrouwbaarheid en de geldigheid van een feit, informatie of kennis te verifiëren via
  • inductie (op grond van een aantal specifieke gelijke gegevens, vb. alle raven zijn zwart)
  • deductie (op grond van een algemene regel, vb. alle mensen zijn sterfelijk, Denise is een mens, zij is dus sterfelijk).

Het is mede dankzij het waarneembaar verschijnsel van de energetische activiteit van het oordeelkundig-denken dat wij in staat worden gesteld onze morele opdracht en de realiteit van geest-ervaring te achterhalen.
Wij kunnen een voornemen ten uitvoer brengen, en een idee uitwerken.

Wat iemand denkt, is aan de oorzaak van de omstandigheden en de situaties in zijn leven.
Het geluk laat zich uitnodigen om het te vriend trachten te houden.
Geluk heeft het nodig eerst in de verbeeldingskracht te bestaan voor het in de realiteit kan worden opgebouwd.
Geluk is een proces, een verloop, altijd voort te zetten of als bereiding steeds te hernieuwen.
De meester van geluk zijn wij zelf.

De plotse opwelling van een welomlijnd idee noemt men in de omgangstaal “ingeving”. Het is in werkelijkheid de geanimeerde, inspirerende stem van de universele creatieve bezieling.
Deze inspiratie komt eraan, steeds op het juiste moment, zonder dat zij is voorzien.

Een reden te meer

  • om bewondering te koesteren voor de kunstige voorstellingen van artiesten
  • dank je wel te zeggen aan de wetenschappers voor datgene wat zij gegrond als realiteit beschouwen

Wanneer de mens bewust met eerbiedig ontzag omgaat met de Bezieler van alle dingen, leidt dit tot een illuminatie, tot het verkrijgen van geestinzicht van persoonlijke aard. Bewust samenwerken met de Richter brengt, in de menselijke geest, helderinzicht.

Wat iemand denkt, stelt iets voor, heeft een zin en zet de deur open voor het uitdrukkingsmiddel.

Om zich uit te drukken moet men een geluid voortbrengen, wat voor alles ademen is, maar niet gelijk hoe. Ieder gesproken woord, dus iedere klank of groep klankvormingen in de gesproken taal, bevat zijn eigen krachtdadige resonantie, zijn weerklank in relatie tot de veerkracht van de energiegolven. Wanneer klankvorming is gerealiseerd rest er het gebruik van betekenisvolle woorden conform aan het sociaal leven, wat juist het zinnige van de taal vastlegt. De woordweergave is de uitdrukking van de zich gevormde denkbeelden.

Onze overpeinzingen, de planmatige weerspiegeling van een mening, komen via de spraak in de oren van de toehoorder terecht. Iedereen praat, elk luistert. Dit nodigt ieder van ons uit inspanning te leveren om voortaan enkel te zeggen wat wij echt willen. Wie goed hoort, begrijpt wat de persoon niet wenst.

Er is wat men wil zeggen, dat wat wij denken te zeggen, wat wij zeggen.
Er is wat de andere aanvaardt te horen, wat de andere hoort, wat de andere begrijpt, wat de andere weerhoudt, wat de andere onthoudt.
Diegene die luistert, interpreteert wat hij vermeent gehoord te hebben volgens zijn intelligentiepeil (het kennen en het weten), opgehoopte emoties, mening en overtuiging. De persoonlijke psychische geschiktheid van het moment bepaalt de graad van onderlinge verstandhouding.

Deze die tot de andere spreekt, praat tot zichzelf. Wanneer hij praat over de andere, zegt hij iets over zichzelf. Ons perfectioneren in communicatie is mogelijk.
Het ware luisteren, bestaat uit het stopzetten van de eigen gedachten en het ophouden met praten.

Wijsheid aan de dag leggen om te komen tot een creatief-denkbeeld, in overeenkomst met het zelf, om het om te zetten in bewoordingen en het uit te voeren in daden, is hoogst noodzakelijk.
Wijsheid solliciteert eveneens geduldig optreden en het geduld zelf. Dit is toepassingsweten.
Dank je wel aan de Goddelijke wijsheid dat wij tot verbeelding en tot de spraak kunnen komen.
Soms zeggen wij dingen zéér onbedacht waarvan wij achteraf spijt hebben.
Wij zijn persoonlijk verantwoordelijk voor de manier waarop wij kiezen te handelen. Wij zijn de enige meester aan boord.
Wij kunnen kiezen om een objectief met wijsheid te ontwerpen. Dan willen wij er alles aan doen om te slagen het te verwezenlijken.

Kiezen wij om een doel waar te maken, dan beogen wij enkel een gesteld doel, een doeleinde of doelwit.

Verlangen wij naar iets buiten ons, dan begeren wij iets dat niet door onszelf kan worden verwezenlijkt.
Niet datgene wat wij zeggen te gaan doen, maar datgene wat wij het meest spontaan doen, geeft te kennen wie (het karakter), wat (het gedrag) en hoe (de houding) wij zijn.

Het volgende hoofdstuk is “Het wil-vermogen tot oordeelkundig denken” klik hierop.