Het wil-vermogen tot oordeelkundig-denken

Het wil-vermogen tot oordeelkundig-denken (onderscheiden en overwegen) biedt de mogelijkheid klaar en gezond over de waarde van vooropgestelde denkbeelden te oordelen.

Onze morele natuur duwt ons om uit zekere voorafgaande of vooropgezette stellingen, bepaalde gevolgtrekkingen af te leiden, .

Door dit te willen, door te willen dingen te onderscheiden en zaken te overwegen, te willen overgaan om scherpzinnigheid aan de dag te leggen, te willen de betekenis en de mogelijke gevolgen van denkbeelden na te gaan, wordt ons gevraagd:

  • te beroepen op het moreel (zedelijk) principe en te verordenen overeenkomstigheid het recht van het plan, het project of de optie (de billijkheid van de toepasselijkheid)
  • te oordelen over de kwaliteit van de voorstellen, de meningen, de ideeën, en de idealen die hen perfect aangepast maken aan hun bestemming (de nauwkeurigheid – juistheid)

Onbillijkheid en een slecht oordeel slepen met zich altijd een hele stoet van negatieve consequenties.

Wij kunnen

  • ontdekken wat we willen realiseren en zeggen wat het exacte gebruik ervan is (rationele bewustheid)
  • de morele waarden gaan opzoeken (morele bewustheid)
  • ons afvragen of ons voornemen, mening, idee en/of ideaal adequaat zijn, als de optie tot iets zal dienen, dienstig is (geest-bewustheid)

Wanneer wij het vragen, helpt de adjuvat die aanzet tot moraliteit, tot het onderkennen van wat van bovenzinnelijke waarde is. Helderinzicht spruit er uit voort.

Het is niet het feit dat wij een morele natuur bezitten dat ons systematisch en consequent juist en gepast doet oordelen. Morele natuur is niet gelijk aan morele daden. Morele daden zijn die menselijke verwezenlijkingen die worden gekenmerkt door de hoogste menselijke wijsheid die het oordeelkundig-denken hogere doeleinden doet onderscheiden om ze te bereiken.

Leven met gedachten zonder uitkomst, zonder eindresultaat, zonder gevolg is vluchten in een fictieve wereld, een irreële wereld, een verzonnen wereld.

Is dit een keuze, een willen?
Of is het, gelatenheid, gebrek aan engagement?

Hoe meer men praat over de dingen, hoe meer deze dingen bestaan!
Laat ons de woorden met negatieve weerklank vermijden, zij laten sporen na, afdrukken, die op hun beurt vernietigend zijn.

Het bindingsmechanisme in het denkmechanisme van het brein van de mens, is het actie-kader waar,

  • het concreet-denken uit de waarneming en de ervaring (het verstandelijk-begrijpend-denken, het leggen van verbanden),
  • het abstraherend-denken (het voorstelling-denken)
  • het creatief-denken (de voornemens, de ideeën)
  • het oordeelkundig-denken (onderscheiden, overwegen)
  • het discursief-denken (door het aan de dag leggen van scherpzinnigheid bij het kiezen, zich een mening vormen om te kunnen overgaan tot het kiezen, het beslissen en het uitvoeren)

zich op elkaar afstemmen.

We kunnen nu “het wil-vermogen tot discursief-denken” behandelen door hierop te klikken.