De mens is wat hij denkt

Ieder mens wordt onwetend geboren.
Vandaar het belang zich progressief te ontwikkelen om zich persoonlijk bewust te worden

  • van wat omringt
  • van zijn ‘ik’ met de voorhanden zijnde mogelijkheden en vermogens.

Alle middelen tot zelfkennis doorheen zelfontplooiing liggen voor het grijpen. Het is een kwestie van voortdurende training. Het treft alle mensen doorheen alle tijden.

Onze fysieke (lichamelijke) conditie, wat onze lichamelijke prestaties bepaalt, hangt af van voornemen, mening, idee of ideaal.

Ons lichaamsmetabolisme staat onder invloed van onze manier van denken, van onze keuzes, onze wil en onze wilskracht; zij bepalen wat wij eten, assimileren, verteren, omhelzen.

Voedingsmiddelen komen via de mond in ons lichaam …
Zich voeden raakt zowel het lichaam, het mechanisme tot bewustmaking als het geest-zelf.

Woorden als uiting van onze denkbeelden vliegen de mond uit!

De voedingsmiddelen bepalen het functioneren van het elektronische systeem.

Het concrete bewustheid-denken (bij mens en dier); het abstraherend-denken, het creatief-denken, het oordeelkundig-denken en het discursief-denken (enkel bij de mens) beïnvloeden de elektrische vibratiestuwing van het inwendige lichaamsvocht. De resonantie van deze trillingen wordt beïnvloed door de manier van denken en de manier van handelen.

Het bioritme van de mens is synchroon en zou in synergie moeten zijn met het ritme van de natuur, wakker overdag, slaap en rust ’s nachts.
Ons metabolisme bevat een anabole cyclus, opbouw van goede en slechte dingen (van 4 uur tot 16 uur) en een katabole cyclus, de vernietiging van slechte dingen maar ook van de goede (van 16 uur tot 4 uur), op zich het bewijs van het bestaan van polariteit.

Het lichaam is persoonlijk, het behoort ons helemaal toe, het wordt ge- en bestuurd. In dit aardse voertuig

  • huizen de organen, de zetels voor ons comfort
  • bevindt zich het mechanisme van het concreet-denken, de versnellingsbak die onze lichamelijke en psychische bewegingen stuurt
  • opereert het geest-zelf, het gemotoriseerde stuurwiel van het abstraherend-, het creatief-, het oordeelkundig- en het discursief-denken dat de mechaniek van het mechanisme bestuurt.

Onze inborst (ons geest-zelf) laat zich zien, het is de uiting van onze “inrichting”.
Wij komen naar voor op de manier waarop wij ons persoonlijk uitdrukken.
Het denkmechanisme tot bewustmaking (het brein) stuurt het organisch lichaam.

Het persoonlijk geestvermogen, afhankelijk van de individuele wil, de individuele wilskeuze en de individuele wilskracht bestuurt het brein en het lichaam.

Deze drie-enige natuur is eigen aan de mens.

Let wel, wanneer onze vitale, zelf-genezende kracht, beslist te elimineren (het uitlokken van een crisis om afvalstoffen en residuen van ons cel-metabolisme uit te drijven), ontwikkelen kiemen zich… pijn spreekt, één of meerdere symptomen manifesteren zich. Wij doorkruisen een overgangsfase, een overtocht van een bepaalde staat van zijn naar een ander, langzaam en gradueel. Het is een tussenstaat waarin ons organisme het nodig heeft zich te reinigen om zijn evenwicht terug te vinden. Wij kunnen elk symptoom beschouwen als een inwendige ‘onzindelijkheid’.

De spijzen, het kennen en het weten der dingen zijn dagelijkse stimulansen. Ze laten toe om elke dag hoogte te nemen van onze kracht.

Welke waardige zin geven wij aan ons leven en welke waarde koppelen wij eraan? Hoe planmatig zijn wij in het leven?
Onze weefselcellen, badend in het inwendig vocht, ondergaan onze gewaarwordingen en onze gevoeligheden.
Wij leven onze vibraties (trillingen)

  • zintuiglijk, de waargenomen indrukken (impressies)
  • zinnelijke, voortvloeiend uit het vleselijk gevoel
  • seksuele, gebonden aan het verzadigen van een verlangen te delen of relatief aan de bevrediging van het seksueel instinct.

Wij degusteren en nemen alles waar met

  • de huid, onze gevoelige ontvanger bij het aanraken tijdens de voorbereiding van de maaltijd of tijdens momenten van streling
  • de ogen die ons toelaten, de vorm, het voorkomen, het aspect, de kleuren van de dingen of de wezens te herkennen
  • de neus waarbij het ruiken een predominante rol speelt in de appreciatie van de smaak of de aantrekking
  • de papillen die de smaak van iets of iemand proeven
  • de oren die naar lawaai luisteren, die geluiden opslaan tijdens de voorbereiding en het verorberen van de dingen, die horen wat wezens nabootsen, weergeven.

Volledige aandacht graag: overmatige inname van suiker verandert de reacties van het autonome zenuwstelsel

Wanneer het glucosepeil in het bloed te laag is, beven we, dit is hypoglykemie.
Om het evenwicht te herstellen komt er via de pancreas een hoeveelheid insuline (een peptide) in het bloed terecht, dit is hyperinsulinemie, wij transpireren.
Deze situatie heeft een stijging van de adrenaline (een amine) tot gevolg.
Een te hoog gehalte adrenaline ontketent twee dingen

  1. de suikerreserve opgeslagen in de lever komt vrij, het glycogeen wordt in het bloed geïnjecteerd, wij worden moe, krijgen dorst, dit is hyperglykemie.
  2. de hypothalamus, die in verbinding staat met het autonome zenuwstelsel, wordt gestoord in zijn werking, de concentratie vermindert, kortstondige humeurigheid, die niets met een karaktertrek te maken heeft, treedt op.

Alle manifestaties bewerkstelligd door een levend organisme zijn steeds pogingen ter behoud van de homeostase (het regelen van de fysiologische constante)
Het Terrein (rond de cel) en de terreinen (de cel) zijn voor alles functioneel, zij zijn onophoudend betrokken in de vitale dynamiek van de individuele wil en wilskeuze. De zichtbare zaken zijn gemaakt van onzichtbare – waarneembare dingen, deze laatsten ordenen en bevelen.

Ga nu naar “Het bestaan der dingen, ook dit van mens en dier”.