Het materieel lichaam

Het zich bewegend menselijk lichaam, met zijn uit- en inwendige organen, is samengesteld uit miljoenen levende en intelligente cellen voorzien van intracellulaire watermoleculen en extracellulair lichaamsvocht. Vandaar :  Het meest belangrijke, onmisbare element van levende wezens is, water

De watermolecule is op zich een complex en ultrafijn “lichaam” werkzaam via zijn subtiele golven op de minste atomen van onze cellen.
De watermoleculen zijn aanwezig “bij” en “in” de bevruchting van de eicel door de spermatozoïde.
Vanaf het baarmoederlijk leven baadt de foetus in het vruchtwater met een zoutgehalte van 9 ‰ (isotoon) en hijzelf bevat 94% water.
Met de geboorte heeft de baby, rondom de cellen, nog 80% inwendig vocht.
In het lichaam van een volwassene stroomt omheen elke cel vrijelijk ongeveer 70% van die zoutoplossing.
Zowat hetzelfde percentage water is aanwezig op het aardoppervlak.

De totale hoeveelheid watermoleculen in ons lichaam, dat in waarheid een structuur van “ledigheid” is, verdeelt zich als volgt,

  • ± 99% in getal moleculen H2O bevinden zich in het intracellulair compartiment waar het element Kalium het principieel kation is (de terreinen). De waterstructuur van de cel omvat de materie.
  • ± 70% H2O bevindt zich in het extracellulair compartiment (rondom de cel) waar wij Natrium aantreffen. Dit Vitaal Milieu is gevormd door bloedplasma, lymfevocht, secreties, plasma doordrongen van bindweefsel, slijmvliezen, kraakbeen…

Dankzij de watermoleculen zijn in het organisme alle functies mogelijk,

  • het water zuivert alle filters van ons lichaam, de lever, de longen, de darmen, de genitaliën, de nieren en de huid
  • het water regenereert doorheen al onze levende cellen in de zin van een totaal herstel van een perfect evenwicht van ons immuniteitssysteem. Ons afweersysteem staat garant voor een doeltreffende en natuurlijke preventie tegen alle mogelijke afbouwende en vernietigende “infiltranten”
  • het water is onmisbaar, bij de vertering van de voedingsmiddelen, in de bloedsomloop, bij de instandhouding van de inwendige lichaamstemperatuur.

Het extracellulair lichaamsvocht is qua samenstelling similair aan de minerale samenstelling van zeewater, gebracht in een isotonische solutie. Dankzij het onderzoekswerk van René Quinton (1866-1925) weten wij op vandaag, dat het zoutgehalte van het intern extracellulair lichaamsvocht het tijdstip bepaalt van het ontstaan van de diersoorten. Het zoutgehalte van de zeeën nam geleidelijk toe. Op vandaag bedraagt het ongeveer 33 g per liter. Deze Franse onderzoeker deed daaromtrent baanbrekend werk. Alle informatie daaromtrent vind je terug in ons boek “Goed om weten” info pierderie@gmail.com

Om kennis te maken met de werking van het menselijk bewustmaking-mechanisme (het brein) klik hier