Het zeewater als de ontvanger en de bewaarder van het leven

Al voorouderlijk leven, plantaardig of dierlijk, is in het zeewater ontstaan. De oceaan, de ontvanger en bewaarder van elektrisch geladen mineraal- en oligo-elementen (elektrochemie), is de eerste schakel en groeiplaats van het leven.

Logischerwijs besluiten wij hieruit:

  • het zeewater moet patronen voor leven hebben ontvangen en draagt deze aldus in zich
  • eenmaal deze patronen zijn bijeengekomen met de elektrochemische elementen welke in het zeewater aanwezig zijn, heeft zich de evolutie, van het zich ontwikkelende leven, op gang gezet.

Even ter persoonlijke bedenking deze opkomende filosofische vragen.

  • waar komen de elektochemische elementen en de patronen voor leven vandaan?
  • hoe zijn ze in het zeewater terecht gekomen?
  • is er een techniek die heeft voorzien dan het leven zich kon propageren?
  • ligt er iemand of wat aan de grondslag van dit alles?
  • is er een wie of wat die aan de basis ligt van het feit dat het leven bestaat, in het plantenrijk, het dierenrijk en in de mens?

En ten slotte, wat is het leven, wat houdt het in?

Allemaal levensvragen waar een antwoord voorhanden is.

Wat volgt is een zeer vereenvoudigde voorstelling van de evolutie van de levende organismen.

In het oceaanwater zochten aminozuren (macro moleculen) elkaar op. Zij beschermden zich in de beschutting van een levend membraan. Deze micro-organismen hebben alle ecosystemen bezet. Door onderlinge opeenvolgende verbindingen en verschillende samenwerkingen vormden zich nieuwe, vollediger typen cellen met erin intracellulair vocht (watermoleculen).

Plantaardige en dierlijke meercellige organismen begonnen zich te ontwikkelden. Rondom hun cellen behielden ze het vocht (zeewater) waaruit ze waren ontstaan.

Ondanks de steeds veranderlijke omgevingsfactoren is, door de eeuwen heen, het extracellulair milieu (rondom de cellen) zowat onveranderlijk gebleven.

Dankzij het onderzoekswerk van René Quinton (1866-1925) weten wij op vandaag, dat het zoutgehalte van het intern extracellulair lichaamsvocht het tijdstip bepaalt van het ontstaan van de diersoorten. Het zoutgehalte van de zeeën nam geleidelijk toe. Op vandaag bedraagt het ongeveer 33 g per liter.

Door hierop te klikken nemen we u mee naar “Het inwendig lichaamsvocht”